Vorige week zag ik dat de tuin bezaaid lag met bladeren en ik dacht: “Waarom zou ik alles opruimen?” Ik had gelezen dat bladeren, takken, dennenappels en schors geen afval zijn, maar bouwmateriaal voor al die kleine beestjes die straks een plek zoeken om te schuilen voor de kou. Dus ik besloot: ik ga huisjes bouwen.
Vogels
Voor de vogels heb ik aan de perenboom vijf vetbollen opgehangen. En ik maakte in een jampotje een mengsel van gesmolten vet met zaden een extra traktatie. Terwijl ik bezig was zaten twee koolmeesjes nieuwsgierig te kijken.
Egels
Natuurlijk dacht ik ook aan de egel. Laatst nog had ik er ‘s avonds achter in onze tuin een zien lopen. Voor hem of haar maakte ik een dikke hoop bladeren en takken in de hoek bij de composthoop. Daar kruipt de egel straks in, wikkelt zich in z’n eigen warme stekelvacht en slaapt door tot april. Voor het comfort heb ik er zelfs wat stro bij gedaan.
Vlinders
En toen dacht ik aan de vlinders. Want wist je dat de citroenvlinder en de dagpauwoog ‘swinters gewoon in de tuin blijven? Voor hen legde ik een stapel schors en bladeren in een holle boomstronk. En in het tuinhuisje liet ik het raam op een kier, met een droog plekje waar ze zich tussen kunnen vouwen.
Pissebedden en hommels
Voor de pissebedden heb ik een hoopje dennen- appels met wat mos bij elkaar gelegd. Het zag eruit als een soort miniatuurbos. Daar kunnen pissebedden in kruipen. Ook spinnen zijn er dol op, die bouwen daar kleine nesten tussen. Voor de hommelkoningin, die binnenkort een rustige plek zoekt om te overwinteren, maakte ik een kuiltje in een hoek van het gazon. Ik vulde het met verdroogd gras, stukjes riet, en ik zette er een oude bloempot schuin overheen.
Kevers en slakken
Ik begon met een grote mand, een paar werkhandschoenen en een flinke dosis enthousiasme. Eerst verzamelde ik grote en kleine takken. Sommige nog vochtig van de
regen, andere al bros. Daarvan bouwde ik onder de oude hazelaar een soort iglo. Bovenop legde ik een dikke laag esdoornbladeren, die krulden als warme dekens. Tussen de takken stak ik wat boomschors, als extra bescherming. Het rook heerlijk, een beetje naar bos. Ik maakte meerdere kleine holletjes tussen het hout. Perfect voor kevers, slakken, oorwormen en wie weet zelfs een muisje.
Die huisjes en holletjes hoeven niet perfect te zijn. De natuur houdt juist van rafelrandjes. Nu is onze tuin een winterdorp. Een plek vol schuilhoekjes, slaapkamertjes en voedselkastjes voor alles wat krioelt, kruipt, vliegt en fladdert.